donderdag 20 maart 2014

Amandeltulband van Rutger

Diegene onder jullie die vorig jaar naar 'Heel Holland Bakt' gekeken hebben, kennen hem allemaal. Rutger, de verpleegkundige, die zo'n ontzettend mooie en lekkere dingen maakte en daarmee welverdiend als eerste eindigde. Deze tulband van Rutger zag ik een poosje geleden op het blog van Caroline en omdat ik net een nieuwe tulbandvorm had gekregen, heb ik hem afgelopen weekend gelijk gebakken.


Aan het recept van Caroline heb ik niet veel veranderd. Dit heb je nodig voor mijn versie:

Ingrediënten voor de spijs:

  • 125 g kristalsuiker;
  • 125 g gemalen amandelen;
  • sap van een ½ citroen;
  • een half ei, losgeklopt.

Ik had nog amandelspijs liggen. Als ik die maak, dan meng ik alleen de gemalen amandelen met de suiker en wat citroensap en wikkel die in plasticfolie en leg ze in de koelkast. De dag van het gebruik laat ik de spijs op kamertemperatuur komen en pas daarna voeg ik het ei toe.


Ingrediënten voor de tulband:


  • 190 roomboter, op kamertemperatuur;
  • 100 g witte basterdsuiker;
  • 5 ml vanille-extract;
  • rasp van 1 sinaasappel ( circa 40 gr );
  • 1,25 gr zout;
  •  4 eieren, op kamertemperatuur;
  • 190 g bloem  en 2 eetlepels extra voor de vorm;
  • 11 gr bakpoeder;
  • 85 ml Amaretto;
  • 150 gr blanke rozijnen;
  • 50 gr krenten;
  • 60 gr abrikozen, in stukjes gesneden;
  • poedersuiker om te bestrooien ( optioneel ).


Hoe maak je deze tulband?

  • Maak de avond van tevoren de spijs. Maal de amandelen fijn en voeg de suiker en het citroensap toe. Leg de spijs daarna in de koelkast;
  • Spoel de rozijnen en de krenten goed af, laat ze uitlekken en dep ze droog;
  • Spoel de abrikozen af, dep ze droog en snijdt ze fijn;
  • Doe de vruchten in een kom en giet de Amaretto erdoor heen. Dek af met folie en laat een nachtje staan ( roer af en toe om );
  • Giet de volgende dag de vruchten af en vang de Amaretto op;
  • Doe een ½ losgeklopt ei door de amandelspijs;
  • Voeg de Amaretto toe aan de spijs en klop deze goed los;
  • Voeg de zachte boter, de basterdsuiker, de sinaasappelrasp, het vanille-extract en het zout toe aan de spijs en klop het geheel in 6 - 10 minuten romig;
  • Voeg dan een voor een de eieren toe en klop goed luchtig;
  • Zeef de bloem met het bakpoeder en spatel die door het beslag;
  • Strooi 2 eetlepels bloem door de vruchten en spatel de vruchten door het beslag;
  • Vet een tulbandvorm goed in en bestrooi ze met meel of paneermeel;
  • Verdeel het beslag in de vorm.

Bakken:
  
  • Verwarm de oven voor op 160°C;
  • Zet de tulband op de onderste richel van de oven en bak hem in 60 - 70 minuten gaar;
  • Laat de tulband 10 minuten in de vorm afkoelen en stort hem dan op een rooster.
                                                   ©Marionskitchenstories

Het is een heerlijke tulband. Wij konden er niet van af blijven en hoewel je hem goed kunt invriezen was er na het weekend weinig meer van over.

zondag 16 maart 2014

Roggebrood 4 : Roggenmischbrot

De naam van dit brood zegt het al, het bestaat uit meerdere soorten roggemeel. Omdat wij dat erg zwaar vinden, heb ik het roggevolkoren meel vervangen door gewoon volkorenmeel. Het brood wordt daardoor lichter en gemakkelijker te verteren.




Wat heb je nodig?

Dag 1:

Ingrediënten voor het voordeeg:

• 190 gr tarwebloem;
• 160 gr water;
• 20 gr zuurdesem ( rogge- of volkorendesem ).

Ververs aan het begin van de dag / middag het desem en laat dat staan op kamertemperatuur. Doe 's avonds de ingrediënten in een kom, roer ze goed door elkaar, dek ze af en laat ze circa 16 - 22 uur rijzen op het aanrecht ( ± 20°C - 23°C ).

Dag 2:

Ingrediënten voor het autolysedeeg:

• 90 gr volkorenmeel;
• 60 gr water.

Meng deze ingrediënten op de dag dat je het brood gaat bakken, dek ze af en laat het autolysedeeg 30 minuten staan.

Ingrediënten voor het deeg:

• Het voordeeg;
• Het autolysedeeg;
• 150 gr roggemeel;
• 250 gr volkorenmeel;
• 200 gr water;
• 2 gr instantgist of 5 gr verse gist;
• 13 gram bakkerszout.


Werkwijze:

• Doe alle ingrediënten ( behalve het zout ) in de kom van de mixer en meng gedurende 2 minuten;
• Voeg dan het zout erbij en kneed het geheel tot een soepel deeg in 5 minuten;
• Laat het deeg gedurende 2 uur afgedekt rijzen in de kom, of in een plastic bak van circa
  3 ltr met deksel.
• Werk het deeg ieder half uur ( na 30 min; 60 min; 90 min. ) door met een deegschraper.
  Je trek het deeg ermee omhoog en vouw het over het andere deeg heen. Doe dit voor alle
  4 de kanten van het deeg;
• Na 2 uur kneed je het deeg door op een met  roggemeel bestrooide werkplek. Het deeg
  blijft tamelijk plakkerig;
• Doe het deeg in een met roggebloem bestrooid rijsmandje naar keuze en laat het nog
  35 minuten rijzen;
• Snijd dan het deeg vanuit één punt 5 tot 8 bogen in het deeg met een scherp mes
  ( 5 mm diep ) en schuif het in de oven.


Het bakken:

Verwarm de oven voor op 230°C (  boven- en onderwarmte met stoom );
Zet het deeg in de oven en laat na 10 minuten de stoom eruit ( even volledig openen ). Pas op want de stoom is heet!!
Bak daarna het brood op 185°C in 40 minuten gaar.
Zet de laatste 5 minuten de oven op een kier ( ik klem een houten spatel tussen de ovendeur ).
Laat afkoelen op een rooster.
Als je geen stoomoven hebt, kijk dan hier hoe je voor stoom kunt zorgen.



Op bovenstaande foto kun je zien dat het een vrij licht en luchtig brood geworden is. Snijd het in niet te dikke plakken en eet het zo mogelijk vers. Bewaar het brood in een papieren zak, want dan blijft de korst lekker knapperig, terwijl het van binnen lekker zacht is. Het brood smaakt absoluut niet zurig, maar heeft een hele lichte zuurtoon.

                                                            ©Marionskitchenstories

Bron: Das Brot Bachbuch van Lutz Geissler

zaterdag 15 maart 2014

Semolabrood met zuurdesem

Met semolameel bak ik pizza en een enkele keer heb ik me gewaagd aan het maken van pasta ( zonder groot succes overigens ), maar een brood dat louter uit semolameel bestaat, heb ik nog niet eerder gebakken. Het recept kwam ik tegen via een Facebook groep waarop veel zuurdesembroden geplaatst worden. En omdat ik bakken met zuurdesem een echte uitdaging vind, besloot ik het te proberen. Ik had echter geen zuurdesem dat gemaakt is van semolameel, dus koos ik voor zuurdesem op basis van volkorenmeel.





Wat het je nodig?

  • 600 gr semolameel;
  • 370 gr water;
  • 150 gr zuurdesem;
  • 5 gr honing;
  • 11 gr bakkerszout;
  • 2 gr instantgist.

En hoe maak je het?

Werkwijze dag 1:

  • Neem het zuurdesem uit de koelkast. Laat het op kamertemperatuur komen en ververs het. Zorg dat je voldoende zuurdesem hebt voor het brood en voor de volgende keer. Laat het desem 3 - 6 uren staan, zodat het zich kan ontwikkelen;
  • Doe intussen 600 gr semolameel in een kom en voeg er 220 gr water bij. Kneed dit tot een korrelig geheel en dek het af.
  • Als het zuurdesem zich voldoende ontwikkeld heeft, doe je het samen met 150 gr water, de honing en de gedroogde gist bij het semolamengsel;
  • Meng dit mengsel goed door elkaar gedurende 5 minuten;
  • Voeg dan het zout toe en kneed in circa 10 - 15 minuten een soepel, vrij vochtig deeg ( 27°C );
  • Vet een kom in met wat olie en doe het deeg hierin;
  • Laat het 60 minuten afgedekt staan op het aanrecht;
  • Bestrooi een werkplek met semolameel, stort het deeg erop, druk voorzichtig de lucht eruit;
  • Vorm er een langwerpige lap van en vouw het deeg als volgt: Vouw het deeg in drieën en trek het voorzichtig uit. Draai het deeg 90° en herhaal de procedure. Zorg daarna dat de naden aan de onderkant zitten en bol het deeg op;
  • Leg het deeg in een ingevette kom, dek die af en zet het 12 - 24 uur in de koelkast.

Werkwijze dag 2:

  • Neem het deeg 's ochtends vroeg uit de koelkast en laat het 3 - 4 uur op het aanrecht staan, zodat het goed op kamertemperatuur komt;
  • Stort het deeg vervolgens op een met semolameel bestrooide werkplek, laat het ± 10 - 15 minuten afgedekt liggen en vorm er 2 broden van;
  • Doe de broden in met roggebloem bestrooide rijsmandjes en zet deze te rijzen op een warme plek gedurende  60 - 75 minuten;
  • Snijd ze in met een scherp mes in en schuif ze op de hete steen.

Bakken:

  • Verwarm de oven voor op 230°C ( boven- en onderwarmte met stoom );
  • Bak de broden op de steen gedurende 15 minuten op 230°C;
  • Zet dan de oven terug naar 210°C en bak nog circa 25 minuten;
  • Zet de laatste 10 minuten de deur op een kier, zodat de hete lucht kan ontsnappen.
Als je geen stoomoven hebt, kun je de broden bakken op de hete bakplaat. Hoe je voor stoom zorgt, vind je hier




Het brood is een groot succes. De korst is lekker knapperig en van binnen is het heerlijk zacht. Het beste kun je het bewaren in een papieren zak. Ook kun je het invriezen.

                                                         ©Marionskitchenstories
Bron: la Greg








dinsdag 11 maart 2014

Pide ( Turks brood )

In Rotterdam kocht ik vaak vers Turks brood om bij salades te serveren, de soep of gewoon als  lunch. Het rook lekker, was heerlijk zacht en ik had altijd de neiging er veel te veel van te eten. Sinds ik weer in Limburg woon, heb ik het niet meer gegeten. Toen onlangs het recept voor Pide voorbij kwam op Facebook, besloot ik het zelf te bakken. Dit is het resultaat.




Ik kan niet zo heel veel met recepten die werken met halve en hele theelepels. Want wat er meestal niet bij staat, is hoe groot die theelepels dan wel zijn. Of misschien zijn ze wel afgeleid van de 'teaspoons' ? Daarom heb ik het recept aangepast.

Wat heb je nodig?

  • 375 g lauw water;
  • 5 gr suiker ( optioneel );
  • 5 gr instantgist;
  • 40 gr olijfolie;
  • 9 gr bakekrszout;
  • 500 gr tarwebloem;
  • zaadjes om te bestrooien ( optioneel ).

En hoe maak je het?

  • Doe de bloem, de gist, de suiker en het water in de kom van de mixer en meng goed gedurende 2 minuten;
  • Voeg dan de olijfolie en het zout toe en kneed van het geheel een soepel deeg in circa 6-8 minuten;
  • Vet een kom in met olie, stort  het deeg op een werkplek en bol het op. Dit gaat niet gemakkelijk omdat het deeg plakkerig is. Probeer echter zo min mogelijk bloem toe te voegen;
  • Dek de kom af met plasticfolie en zet ze gedurende circa 30 minuten op een warme plek. Het deeg rijst vrij snel. Als het verdubbeld is, is het goed.
  • Doe wat bloem op de werkplek en stort het deeg erop;
  • Weeg 3 gelijke delen af en druk deze plat ( rond / vierkant / langwerpig ) zodat ze op een bakplaat passen;
  • Leg een bakmatje op de plaat en leg het deeg erop;
  • Druk eventueel het deeg in met je vinger en strooi er zaadjes op ( maak dan wel het deeg wat nat met een beetje lauwwarm water ).
  • Zet het deeg afgedekt nog 15 minuten te rijzen

Bakken:

Verwarm de oven voor op 230° ( boven- en onderwarmte ) en bak ze in 15 minuten gaar.




Het brood is lekker zacht en het smaakt heerlijk. Het is zeker niet moeilijk te maken. Het enige dat een beetje lastig is, is het plakkerige deeg. Maar 'oefening baart kunst', dus laat je er niet door weerhouden. Je kunt het brood invriezen. Het lekkerste is het vers te eten, maar ook vanochtend waren mijn ogen weer groter dan mijn maag.

                                                               ©Marionskitchenstories

Bron: mijnreceptenboek

donderdag 6 maart 2014

Donker volkorenbrood met karnemelk en havermout

Dit brood is een variant op  het Volkorenbrood met karnemelk en chiazaadjes. Het smaakt door de veranderde samenstelling echt heel anders en is, als je van volkorenbrood houdt, zeker de moeite waard om te proberen. Hoe meer variatie, hoe beter zou ik zeggen. Want wie houdt er niet van afwisseling op het bord?



Wat heb je nodig?

Ingrediënten:

  • 700 gr 5-granenmeel;
  • 100 gr tarwebloem;
  • 200 gr biomix voor Waldkorn;
  • 100 gr water;
  • 650 gr verse karnemelk;
  • 12 gr instantgist;
  • 16 gr bakkerszout;
  • 10 gr lecithine ( optioneel );
  • snufje vitamine C ( optioneel );
  • 20 gr suiker;
  • Havermout om te bestrooien.

En hoe maak je het?

  • Doe alle ingrediënten ( m.u.v. het zout ) in de kom van de mixer en meng ze gedurende 5 minuten langzaam;
  • Voeg dan het zout toe en kneed nog 8 - 10 minuten tot een elastisch ( vrij plakkerig ) deeg;
  • Verdeel het deeg in gelijke porties, bol ze op en leg ze in ingevette kommen. Het deeg laat zich niet zo gemakkelijk vormen, omdat het vrij plakkerig is. Probeer echter geen extra meel toe te voegen;
  • Dek de kommen af en laat het deeg circa 45 – 60 min rijzen;
  • Neem het deeg uit de kommen en druk voorzichtig de lucht eruit;
  • Vorm de broden en leg ze in ingevette broodblikken;
  • Bestrijk het deeg met wat lauw water, strooi de havermout erover en druk die een beetje in het deeg;
  • Laat het deeg opnieuw 45 -60 minuten rijzen.

Bakken:

  • Verwarm de oven voor op 230°C (  boven- en onderwarmte ) bij voorkeur met stoom;
  • Bak de broden gedurende 10 minuten op 230°C, verlaag dan de temperatuur tot 190°C en bak het brood nog 30 – 35 minuten.



Helaas is de foto hierboven niet helemaal goed gelukt. Het lijkt nu alsof het brood aan de benedenkant donkerder is. Dat is echter niet het geval. Ik plaats de foto toch om te laten zien dat het brood een mooie structuur heeft en vrij luchtig is. De smaak is lekker licht, hetgeen waarschijnlijk komt door de combinatie van karnemelk en verschillende meelsoorten.

                                                          ©Marionskitchenstories

zaterdag 1 maart 2014

Een carnavalsklassieker: nonnevotten

In de krant van dit weekend stond een test van nonnevotten. Het is een klassieke Carnavalslekkernij die in Sittard 'geboren' is. Waaraan de nonnevot zijn naam precies te danken heeft, is niet helemaal duidelijk, maar zij bestaat al een aantal eeuwen. Ik moet bekennen dat ik er nooit een gegeten had, ook al kocht ik ze wel eens voor mijn man bij de plaatselijke bakker. Ze zagen er altijd een beetje klef uit en dus trok ik er mijn neus voor op. Onterecht naar nu blijkt, want aan deze 'nonnevot' ben ik vanaf nu verslingerd geraakt.




Wat heb je nodig?

Ingrediënten voor 8 nonnevotten:

  • 250 gr tarwebloem ( geen patentmeel uit de supermarkt );
  • 140 gr volle melk;
  • 25 gr verse gist of 10 gr gedroogde gist;
  • 30 gr roomboter ( zacht );
  • 0,5 gr vitamine C ( optioneel );
  • 1 zakje vanillesuiker ( 8 gr ) en 8 gr witte basterdsuiker;
  • Snufje zout;
  • Zonnebloemolie ( circa 1⅓ ltr );
  • Fijne kristalsuiker en wat kaneel voor de afwerking.



En hoe maak je ze?

  • Doe de bloem, de gist, de vitamine C, de suiker en de melk in de kom van de mixer en meng gedurende 2 minuten op lage stand;
  • Voeg dan de zachte roomboter en het zout toe en kneed er een soepel deeg van;
  • Vet een kom in met wat olie, bol het deeg op en leg het in de kom;
  • Dek af met plasticfolie en laat circa 45-60 minuten rijzen ( verdubbelen );
  • Stort het deeg op de werkplek, druk voorzichtig de lucht eruit en weeg stukjes af van 50 – 60 gram;
  • Rol van elk stukje een dunne streng van circa 40 cm;
  • Vorm van de streng een rondje en leg daar een knoop in;
  • Leg de nonnevot te rijzen op een flink met bloem bestrooide bakplaat;
  • Laat de nonnevotten onder een doek circa 60 – 75 minuten rijzen ( ze moeten goed opgezwollen zijn );
  • Rol intussen de suiker met de deegroller nog wat fijner en doe er circa 2,5 gr kaneel doorheen en doe dit in een schaaltje of kopje.

Bakken en afwerken:

  • Verhit de zonnebloemolie tot 175°C;
  • Doe 1 nonnevot in de olie, bak eerst de ene en daarna de andere kant goudbruin ( niet te donker ), schep ze uit de olie en leg ze op keukenpapier;
  • Doe op een plat bord de helft van het suikermengsel en wrijf de nonnevot hier voorzichtig aan beide kanten door;
  • Leg ze daarna op een rooster om af te koelen;
  • Herhaal dit tot alle nonnevotten gebakken zijn.



Volgens de jury die op 19 plaatsen nonnevotten kocht en ze beoordeelde, is het kenmerk van de nonnevot: ze moet zacht zijn, ze moet een brede bilnaad hebben, ze mag niet vet zijn en moet een mooie ronde vorm hebben. In de mond mag ze niet droog aanvoelen. Met enige trots durf ik te zeggen dat deze nonnevot aan al die kwalificaties voldoet. Met de vorm heb ik een beetje geëxperimenteerd. Eet de nonnevot lekker vers en als je wilt kun je ze ook goed invriezen.
Hier zal hij in de loop van het jaar vaker op het menu staan, want ik heb nu ontdekt dat iets zo simpels verrukkelijk kan zijn.

                                                                 ©Marionskitchenstories

Bron: Vlaai en ander Limburgs gebak van Wil en Netty Engels-Geurts